Hun religieuze leven speelt zich buiten de kerk af en daarom komen ze in het CBS-rapport niet voor. En daarmee, zeggen religiewetenschappers en theologen in gesprek met deze krant, laat het statistiekbureau een belangrijk deel van de ontwikkeling van het Nederlandse religieuze landschap buiten beschouwing. Want die groep religieuzen die zich buiten de religieuze instituten ophoudt groeit, stellen zij. Daar zijn aanwijzingen voor, maar amper harde cijfers. Ze wijzen op, bijvoorbeeld, het succes van The Passion, op de populariteit van aan het boeddhisme ontleende zaken als yoga en meditatie, op de populariteit van kloosterretraites. Maar om hoeveel mensen het nou precies gaat, is moeilijk te zeggen.

Eigen geloofspakket

Het zou overigens best kunnen dat die buitenkerkelijke religieuzen nog weleens een mis of een dienst binnenstappen, maar zich aansluiten bij een kerk of een ander religieus instituut of in een enquête aangeven bij deze of gene kerk te horen, dat zit er bij deze groep niet meer in. Ze stellen uit een rijke schakering van religieuze en spirituele tradities hun eigen geloofspakket samen en geven daar op allerlei verschillende manieren uiting aan. Daar kan kerkbezoek deel van uitmaken, maar dat hoeft niet.

In zeer recent onderzoek komen wel wat cijfers voor. Onderzoekers onder leiding van VU-hoogleraar André van der Braak brachten de afgelopen jaren het relatief nieuwe verschijnsel van multiple religious belonging in kaart. Onder die term vallen mensen die een vloeibare religieuze identiteit hebben aangenomen en hun inspiratie halen uit verschillende religieuze tradities. Volgens Van der Braak kan ongeveer een kwart van de bevolking op grond van hun betrokkenheid meervoudig religieus genoemd worden, terwijl 17 procent zelf zegt uit verschillende religieuze tradities te putten. ‘Dit is een groep, die niet in het klassieke plaatje valt van gelovig of atheïst, en indien gelovig, dan van een bepaald geloof’, zei Van der Braak daarover in deze krant. ‘In die zin hebben ze geen religie, alsof dat hun identiteit zou bepalen, maar dat wil niet zeggen dat ze niet-religieus zijn.’

Dat past bij recent Amerikaanse onderzoek door het Pew Research Center, waaruit bleek dat mensen die zich als niet-religieus bestempelen desalniettemin wel in een hogere macht kunnen geloven: in meer dan 70 procent van die niet-religieuzen was dat het geval, waarbij een klein deel zelfs aangaf dat die hogere macht wat hen betreft de God van de Bijbel is.

Hoe religieus Nederland precies is, is niet zomaar te zeggen. Wel staat vast dat religie in Nederland transformeert en dat conclusies op basis van kerkelijke statistieken moeilijk te trekken zijn; dat soort onderzoek laat slechts een deel van de religieuze werkelijkheid zien.