2

 

Bezoek religieuze bijeenkomsten daalt weinig vanaf 2012

De deelname aan religieuze diensten is in de loop van de tijd teruggelopen, al gaat de daling de laatste jaren niet meer zo snel. Ging in 1971 nog 37 procent van de bevolking regelmatig (minstens 1 keer per maand) naar een religieuze dienst, in 2012 was dit gedaald tot 17 procent en in 2017 is de kerkgang verder gezakt naar 16 procent.

Van de 15-plussers ging vorig jaar 10 procent wekelijks, 3 procent ging 2 tot 3 keer per maand en eenzelfde percentage ging 1 keer per maand naar een religieuze bijeenkomst. Verder ging 7 procent minder dan 1 keer per maand. Ruim drie kwart van de bevolking (78 procent) ging zelden of nooit naar een religieuze dienst.

De lichte daling van de kerkgang sinds 2012 komt geheel voor rekening van de katholieken. Bij zowel protestanten als moslims is het bezoek aan de kerk of de moskee niet afgenomen.

3

Vrouwen meer religieus en betrokken

Van de mannen en vrouwen behoorde in 2017 achtereenvolgens 46 procent en 52 procent tot een religieuze groepering. Van de vrouwen ging 17 procent regelmatig naar een dienst, van de mannen 14 procent. Veruit het minst religieus betrokken zijn jongeren van 18 tot 25 jaar: een op de drie behoorde tot een religieuze groepering. Van deze jongeren gaf 13 procent vorig jaar aan regelmatig naar een religieuze dienst te gaan.

Ouderen zijn het meest religieus en betrokken. Van de 75-plussers zei 71 procent godsdienstig te zijn, 34 procent bezocht regelmatig een dienst.

Academici kerken het minst
Van de groep met uitsluitend basisonderwijs behoorde 64 procent tot een religieuze groep en 20 procent kerkte regelmatig. Van de academici was dat 37 procent en 12 procent.