De St. Vitus parochiekerk in Naarden : kerk binnen de Veste

Binnen de vesting Naarden staan drie kerken: de beeldbepalende protestantse Grote Kerk in het hart van de stad, de rooms-katholieke in de Turfpoortstraat en de christelijk-gereformeerde aan de Cattenhagestraat. Bijzonder is dat de twee eerstgenoemde, die op een steenworp afstand van elkaar staan, dezelfde naam dragen, die van 'St. Vitus'. De ene, de grootste, is het huis van de Protestantse Gemeente Naarden en werd gebouwd tussen 1380 en 1440. Na de Spaanse Moord van 1572 ging het het grootste gedeelte van de gemeenschap over naar de reformatie. Een katholieke gemeenschap is er echter de eeuwen door gebleven en kon in 1835 in alle openheid een eigen Vituskerk bouwen. Deze werd al spoedig te klein en in 1911 kon op dezelfde plek het huidige onderkomen worden gebouwd, nu voorzien van een toren.
In het Gooi zijn alle oude kerken – op die van Laren na – gewijd aan de jonge martelaar St. Vitus, die in de derde eeuw op Sicilië geboren werd en zijn bekering tot het christendom moest bekopen met de dood. De devotie voor Vitus werd bevorderd door de abdij van Elten die de Gooise gronden in eigendom had tussen de jaren 968 en 1280. In de katholieke Vituskerk is de heilige royaal zichtbaar aanwezig. Tussen portaal en kerkzaal is een glas-in-lood raam geplaatst waarop hij is afgebeeld. De kerkgangers hebben tijdens de vieringen zicht op twee grote beelden van hem, in het middenschip en bij de opgang naar het koor. Terzijde van het koor is de sacristie, het vertrek waar zowel het liturgisch vaatwerk als de paramenten, de liturgische gewaden bewaard worden en de priester zich voor de H. Mis verkleedt. Ook hier bevindt zich een prachtig glas-in-lood raam met de beeltenis van Vitus.

Voor de bouw van de kerk werd de architect Jan Stuyt (1868-1934) aangetrokken. Hij mag beschouwd worden als een van de belangrijkste Nederlandse bouwers van kerken, kloosters, ziekenhuizen en scholen van de 20e eeuw. In 1891 trad hij in dienst van de bekende architectenfirma Cuypers in Amsterdam. Vader Pierre Cuypers ontwierp eerder de St. Vituskerk van Bussum, zowel als die van Hilversum. Met zoon Joseph Cuypers ging Jan Stuyt een partnerschap aan. Beide ontwerpers kwamen steeds meer los van de heersende neogotiek en toonden grote interesse in de neo-romaanse stijl. Die stijl is dan ook terug te vinden in de huidige kerk. Stuyt tekende de kerk in Naarden, Cuypers jr. de Koepelkerk in Bussum. Pastoor A.J. Bruin verklaarde in 1981 tegenover een journalist van De Gooi- en Eemlander: "Omdat hier in Naarden al een gotische kerk stond, zou het niet mooi zijn er een neo-gotische bij te bouwen. Dat vloekt met elkaar". Neo-Romaanse elementen zijn de vlakke zoldering, de kleine rondboogvensters en decoraties met eveneens ronde bogen. De muren zijn dik, zij dragen het grootste deel van het gewicht van het gebouw en daarom zijn grotere ramen niet mogelijk. Als gevolg daarvan is het er altijd vrij donker.

Wie de kerk binnenkomt, betreedt een andere werkelijkheid. Deze verschilt met die van het hier-en-nu buiten. Er is ruimte voor stilte, toewijding en mystiek. Centraal staat het altaar waar het Heilig Misoffer opgedragen wordt. Deze eucharistie is het belangrijkste sacrament van de katholieke kerk, vergelijkbaar met het Avondmaal in protestantse kerken. Volgens de Katholieke Kerk werd de Eucharistie door Jezus ingesteld aan de vooravond van zijn lijden en dood. Tijdens het Laatste Avondmaal nam hij het brood, zegde dank, brak het en deelde het uit aan zijn leerlingen en zei: „Dit is mijn Lichaam." Ook nam hij een kelk met wijn en zei: „Dit is mijn Bloed." Ook dit deelde hij met zijn leerlingen, met de opdracht deze handelingen telkens te herhalen om Hem te gedenken. Deze viering vormt het centrum van de katholieke geloofsbeleving.

Boven het altaar zijn vijf glasramen van een bijzondere schoonheid zichtbaar. Alle vertonen een bijzondere band met de eucharistie. Van links naar rechts zien we de kerkleraar Thomas van Aquino (1225-1274) die voor het feest van Sacramentsdag de gebeden en gezangen samenstelde, vervolgens de apostel Paulus, afgebeeld met het zwaard dat verwijst naar zijn martelaarsdood. Paulus geeft in het Nieuwe Testament voorschriften voor het vieren van de eucharistie. In het midden zien we het Lam Gods met een kruisvaan en dit beeld wordt omgeven door stralen in regenboogkleuren. Rechts zien we Johannes, die in zijn evangelie ervan getuigt dat Jezus het levensbrood is dat uit de hemel neerdaalde. Uiterst rechts wordt Juliana van Cornillon (1192-1258) afgebeeld, een kloosterlinge die in een visioen de H. Hostie zag voor welk nog een feestdag ontbrak. Dat werd Sacramentsdag, op de donderdag die volgt op de eerste zondag na Pinksteren.

In het koor is voorts ruimte voor een tabernakel, een kluis waar de geconsacreerde hosties bewaard worden. Deze zijn in de katholieke opvatting tijdens de consecratie wezenlijk veranderd in het Lichaam van Christus. Links voor staat op de eerste trede van het priesterkoor het doopvont. Op de onderrand valt te lezen: 'Ik doop U in den Naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes'. Rechts is een ambo zichtbaar. Tijdens de Dienst van het Woord worden de teksten van de bijbel vanaf de ambo voorgelezen en wordt er ook gepreekt. Zo worden voor alle gelovigen de meest essentiële elementen van het geloof direct zichtbaar: doop, Eucharistie en verkondiging van het Evangelie.

De kerk is niet alleen een gebouw. Het is de plek waar God zich laat ontmoeten en het is het hart van een levende geloofsgemeenschap. Al meer dan duizend jaar is er in Naarden een katholieke parochie, zoals Dirk Franzen aangaf in de titel van zijn in 1986 verschenen boek '1000 jaar St. Vitusparochie te Naarden'. Het huidige godshuis is de plek waar iedere zondag de Mis wordt opgedragen en waar mensen nog altijd de hoogte- en de dieptepunten van hun leven beleven voor het aangezicht van de Eeuwige.

Peter Korver