Gepubliceerd in de NRC 22-10-2018 

1

Voor het eerst rekent een meerderheid van de Nederlandse bevolking zich niet tot een religieuze groepering. In 2017 gaf minder dan de helft (49 procent) van de bevolking van 15 jaar of ouder aan tot een religieuze groep te behoren. Een jaar eerder was dat nog de helft en in 2012 behoorde nog ruim de helft (54 procent) tot een religieuze groepering. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS uit het onderzoek Sociale samenhang en welzijn.

In 2017 was 24 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder rooms-katholiek. Verder was 15 procent protestant: 6 procent gaf aan Nederlands hervormd te zijn, 3 procent gereformeerd en 6 procent zei te behoren tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Daarnaast was 5 procent vorig jaar moslim en gaf 6 procent aan tot een ‘andere’ religieuze groep te behoren, zoals de joodse of boeddhistische.

2

 

Bezoek religieuze bijeenkomsten daalt weinig vanaf 2012

De deelname aan religieuze diensten is in de loop van de tijd teruggelopen, al gaat de daling de laatste jaren niet meer zo snel. Ging in 1971 nog 37 procent van de bevolking regelmatig (minstens 1 keer per maand) naar een religieuze dienst, in 2012 was dit gedaald tot 17 procent en in 2017 is de kerkgang verder gezakt naar 16 procent.

Van de 15-plussers ging vorig jaar 10 procent wekelijks, 3 procent ging 2 tot 3 keer per maand en eenzelfde percentage ging 1 keer per maand naar een religieuze bijeenkomst. Verder ging 7 procent minder dan 1 keer per maand. Ruim drie kwart van de bevolking (78 procent) ging zelden of nooit naar een religieuze dienst.

De lichte daling van de kerkgang sinds 2012 komt geheel voor rekening van de katholieken. Bij zowel protestanten als moslims is het bezoek aan de kerk of de moskee niet afgenomen.

3

Vrouwen meer religieus en betrokken

Van de mannen en vrouwen behoorde in 2017 achtereenvolgens 46 procent en 52 procent tot een religieuze groepering. Van de vrouwen ging 17 procent regelmatig naar een dienst, van de mannen 14 procent. Veruit het minst religieus betrokken zijn jongeren van 18 tot 25 jaar: een op de drie behoorde tot een religieuze groepering. Van deze jongeren gaf 13 procent vorig jaar aan regelmatig naar een religieuze dienst te gaan.

Ouderen zijn het meest religieus en betrokken. Van de 75-plussers zei 71 procent godsdienstig te zijn, 34 procent bezocht regelmatig een dienst.

Academici kerken het minst
Van de groep met uitsluitend basisonderwijs behoorde 64 procent tot een religieuze groep en 20 procent kerkte regelmatig. Van de academici was dat 37 procent en 12 procent.

 (Publicatie van de NOS op woensdag 19 december 2018)

De ontkerkelijking in Nederland zet door. Een nog altijd groeiend aantal mensen beschouwt zich niet als lid van een christelijke gemeenschap. Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat vandaag is gepubliceerd.

Driekwart van de Nederlanders zegt dat kerken weinig of niet aansluiten bij hun visie op de zin van het leven, blijkt uit het onderzoek. Twee van de drie mensen hebben weinig tot geen vertrouwen in kerken of religieuze organisaties.

De daling doet zich voor in de meeste kerken, met uitzondering van een aantal orthodox-protestantse kerken. De grootste daling is te zien in de rooms-katholieke kerk, die de laatste jaren ook geteisterd wordt door schandalen. De afgelopen 35 jaar is het aantal Nederlanders dat zich tot die kerk rekent, gekelderd van 28 naar 9 procent. Het aantal protestanten halveerde ruimschoots, van 18 naar 6 procent.

Migrantenkerken

Tegenover die daling staat dat jonge kerkleden juist gemotiveerder zijn. Volgens het SCP typeren ze zichzelf vaker als uitgesproken gelovig. Ze geloven zonder enig voorbehoud in God, de Bijbel en een leven na de dood.

Een voorbeeld van een snelgroeiende kerk is de Mozaiëk0318 in Veenendaal. Muziek speelt daar een grote rol en dat is te zien in een reportage van Nieuwsuur. Deze is op de website van de NOS terug te zien. (Video afspelen vanaf minuut 1:32 "Op bezoek bij Mozaiëk0318").
Ook wonen er in Nederland ongeveer 1 miljoen christenmigranten, die zo een belangrijke christelijke geloofsgemeenschap vormen. Migrantenkerken helpen bij de integratie van deze groep, bijvoorbeeld met taallessen en hulp bij sollicitaties.

267 mensen per dag

Mensen die zich betrokken voelen bij een vorm van christendom zijn inmiddels een kleine minderheid onder de Nederlandse bevolking aan het worden, zegt SCP-onderzoeker Joep de Hart. "Gemiddeld zo'n 267 mensen haken per dag af, dat zijn er jaarlijks zo'n 100.000. Dat is een stad met de omvang van bijvoorbeeld Delft. In dit tempo hou je dat niet lang meer vol."

De vraag is of mensen die de kerk achter zich laten, zich nog wel christen voelen. "Er wordt nog wel eens optimistisch gedaan over de mogelijkheid dat het christelijk geloof gewoon verder doorgaat, maar dan buiten een kerkelijke context" zegt De Hart. "Tot op zekere hoogte is dat ook wel zo. Maar uit onderzoek blijkt dat het op den duur moeilijk is het geloof als christelijk geloof overeind te houden als je nooit meer in een kerk komt."

Kraters in de samenleving

Volgens De Hart is de ontkerkelijking merkbaar in de samenleving. "Daar moeten we niet te luchtig over doen. Het blijkt uit tal van onderzoeken dat kerkse mensen veel actiever zijn op het gebied van vrijwilligerswerk, mantelzorg en donaties aan goede doelen. Dat zijn allemaal plaatsen waar kraters in de samenleving worden geslagen als de kerken zouden verdwijnen. Zover is het nog niet, maar het is wel een proces waarnaar wij op weg naartoe zijn. We zullen ons er op moeten gaan bezinnen wie dat op termijn gaat overnemen."

Ontkerkelijking doet zich ook voor in andere delen van noordwest Europa, zoals Duitsland, Engeland en Frankrijk. "Heel lang is gedacht dat Europa hierin een soort voorhoede zou zijn en dat de rest van de wereld dan zou volgen", zegt De Hart. "Maar het tegendeel is waar. Wij zijn juist de grote uitzondering. In Afrika, het Verre Oosten is religie echt booming."

Kerken maken zich volgens De Hart dan ook zorgen. "De een heeft meer hoop dan de ander, dat is een goede christelijke eigenschap. Daarnaast worden allerlei initiatieven ontplooid om het tij te keren. Maar ontkerkelijking is een gegeven waarmee kerkleiders al decennia lang vertrouwd zijn. Kerken worden leger en grijzer. En niemand heeft eigenlijk een oplossing bij de hand."

Moslims

Het onderzoek naar Christenen in Nederland is een tweede studie van het SCP naar religie en spiritualiteit. In mei verscheen een onderzoek naar de religieuze beleving van moslims in Nederland. Het derde deel gaat over niet kerkelijk gebonden vormen van spiritualiteit en moet nog verschijnen.

Gelezen in Trouw, Nico de Fijter – 22 oktober 2018
Passion Leeuwarden

Hoe religieus is Nederland? Die vraag laat zich niet eenvoudig beantwoorden. Ja, de meeste kerken hebben het onverminderd moeilijk: het aantal kerkleden blijft dalen, net als het kerkbezoek, dat veelal grijzer wordt. Maar maakt dat Nederland minder religieus?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek zegt van wel. Aan de hand van nieuwe cijfers concludeert het CBS dat voor het eerst in de geschiedenis meer dan de helft van de Nederlanders zich niet-religieus noemt. Eind jaren negentig beschouwden zes op de tien Nederlanders zichzelf nog als religieus, in 2010 was dat 55 procent, twee jaar geleden iets meer dan 50 procent. En nu: 49,3 procent.

Religie zonder kerk

Maar er is een probleem met die maandag verschenen CBS-cijfers. Het statistiekbureau – dat in zijn onderzoek overigens gedateerde namen van kerkgenootschappen hanteert – legt een nauw verband tussen kerkelijkheid en religiositeit. Het CBS maakt ze bijna tot synoniemen. Nu ligt het inderdaad voor de hand om te concluderen dat wie zich kerkelijk noemt ook religieus zal zijn. Maar het CBS gaat voorbij aan de groep mensen die zichzelf wel religieus noemt, maar niet kerkelijk is.

Hun religieuze leven speelt zich buiten de kerk af en daarom komen ze in het CBS-rapport niet voor. En daarmee, zeggen religiewetenschappers en theologen in gesprek met deze krant, laat het statistiekbureau een belangrijk deel van de ontwikkeling van het Nederlandse religieuze landschap buiten beschouwing. Want die groep religieuzen die zich buiten de religieuze instituten ophoudt groeit, stellen zij. Daar zijn aanwijzingen voor, maar amper harde cijfers. Ze wijzen op, bijvoorbeeld, het succes van The Passion, op de populariteit van aan het boeddhisme ontleende zaken als yoga en meditatie, op de populariteit van kloosterretraites. Maar om hoeveel mensen het nou precies gaat, is moeilijk te zeggen.

Eigen geloofspakket

Het zou overigens best kunnen dat die buitenkerkelijke religieuzen nog weleens een mis of een dienst binnenstappen, maar zich aansluiten bij een kerk of een ander religieus instituut of in een enquête aangeven bij deze of gene kerk te horen, dat zit er bij deze groep niet meer in. Ze stellen uit een rijke schakering van religieuze en spirituele tradities hun eigen geloofspakket samen en geven daar op allerlei verschillende manieren uiting aan. Daar kan kerkbezoek deel van uitmaken, maar dat hoeft niet.

In zeer recent onderzoek komen wel wat cijfers voor. Onderzoekers onder leiding van VU-hoogleraar André van der Braak brachten de afgelopen jaren het relatief nieuwe verschijnsel van multiple religious belonging in kaart. Onder die term vallen mensen die een vloeibare religieuze identiteit hebben aangenomen en hun inspiratie halen uit verschillende religieuze tradities. Volgens Van der Braak kan ongeveer een kwart van de bevolking op grond van hun betrokkenheid meervoudig religieus genoemd worden, terwijl 17 procent zelf zegt uit verschillende religieuze tradities te putten. ‘Dit is een groep, die niet in het klassieke plaatje valt van gelovig of atheïst, en indien gelovig, dan van een bepaald geloof’, zei Van der Braak daarover in deze krant. ‘In die zin hebben ze geen religie, alsof dat hun identiteit zou bepalen, maar dat wil niet zeggen dat ze niet-religieus zijn.’

Dat past bij recent Amerikaanse onderzoek door het Pew Research Center, waaruit bleek dat mensen die zich als niet-religieus bestempelen desalniettemin wel in een hogere macht kunnen geloven: in meer dan 70 procent van die niet-religieuzen was dat het geval, waarbij een klein deel zelfs aangaf dat die hogere macht wat hen betreft de God van de Bijbel is.

Hoe religieus Nederland precies is, is niet zomaar te zeggen. Wel staat vast dat religie in Nederland transformeert en dat conclusies op basis van kerkelijke statistieken moeilijk te trekken zijn; dat soort onderzoek laat slechts een deel van de religieuze werkelijkheid zien.

Religieuze Nederlanders zijn nu in de minderheid

Voor het eerst noemt meer dan de helft van de Nederlanders zichzelf in onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek niet-religieus. Net iets minder dan vijftig procent rekent zichzelf tot een religieuze of levensbeschouwelijke groepering, zo schrijft het CBS in een studie die het maandag 17 december 2018 publiceerde.

We maken onze eigen cocktail van religies

Voor een groeiende groep mensen, zegt hoogleraar André van der Braak, doen de grenzen tussen religies er niet meer toe. Het aantal christenen neemt af, maar nieuwe groepen staan op. 

De ontkerkelijking en teruggang in het christelijk geloof blijft doorzetten in Nederland. Daar staat tegenover dat jonge kerkleden juist steeds gemotiveerder zijn. Bovendien vormen de christenmigranten een steeds belangrijkere christelijke geloofsgroep. Dit wordt duidelijk uit het SCP-rapport ‘Christenen in Nederland: kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’ dat vandaag is gepubliceerd.

Onder de jonge kerkleden neemt de betrokkenheid bij kerk en geloof steeds meer toe. Zij typeren zichzelf vaker als uitgesproken gelovig en geloven zonder enige restrictie in God, de Bijbel en een leven na de dood. Daarnaast wonen er in Nederland ongeveer 1 miljoen christenmigranten, evenveel als het aantal moslims. Zij vormen een belangrijke christelijke geloofsgroep in ons land. Migrantenkerken spelen een belangrijke rol bij de integratie van deze groep. Onder meer met allerlei vormen van steun zoals taallessen en hulp met solliciteren. Christenmigranten zelf zijn vaak verbaasd en soms ook teleurgesteld over het seculiere karakter van de Nederlandse samenleving.

Ontkerkelijking in Nederland

Bijlage SCPHet SCP-rapport laat de trend naar ontkerkelijking in Nederland goed zien. Klik op de afbeelding om de bijlage van het rapport te openen. In 2002 beschouwde nog 43% zich lid van een religieuze gemeenschap, in 2016 was dit 31%. Daarnaast ging in 2002 49% (soms) naar een religieuze bijeenkomst, in 2016 is dat gedaald naar 38%. Ook de breuk met de kerk wordt radicaler: driekwart van de Nederlanders geeft aan dat de kerken weinig of niet aansluiten bij zijn eigen visie op de zin van het leven. Twee derde zegt weinig of geen vertrouwen te hebben in de kerken of religieuze organisaties. In vergelijking met andere Europese landen zijn Nederlanders vaker voorstander van een strikte scheiding tussen kerk en staat.

Kerkleiders verdeeld over de toekomst

Uit de gesprekken met de kerkleiders blijkt dat zij enige onzekerheid hebben over de rol en de toekomst van kerken. Enerzijds is men ervan overtuigt dat de behoefte aan zingeving blijft bestaan en dat migranten mogelijk het geloof in Nederland kunnen revitaliseren. Anderzijds is het niet altijd duidelijk hoe de kerk het best kan omgaan met de sterk gewijzigde omstandigheden en secularisering.

Over het onderzoek
Deze publicatie is de tweede van een drietal studies naar religie en spiritualiteit. In het eerste deel De religieuze beleving van moslims in Nederland. Diversiteit en verandering in beeld werden de religieuze ontwikkelingen binnen de moslimgemeenschap in Nederland beschreven en geduid. Het derde deel gaat in op de verbreiding en impact van niet kerkelijk gebonden vormen van spiritualiteit en op de levensbeschouwing van buitenkerkelijken en niet gelovigen.

SCP-publicatie Christenen in Nederland: kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid

Voor informatie over de publicatie
Joep de Hart: 06 1568 3241 / Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., Pepijn van Houwelingen: 06 1119 3524 / Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of persvoorlichter Marysha Molthoff: 06 4861 6455 / Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

In de Gooi- en Eemlander van dinsdag 21 augustus lazen we dit inspirerende artikel als voorbeschouwing op het boek waarin de briefwisseling tussen Leo Fijen en succesmonnik Anselm Grün is opgenomen. Hoe kijkt de katholieke kerk naar de suggesties van Fijen en Grün? In een reactie op dit verhaal antwoordt hulpbisschop J. Hendriks van het bisdom Haarlem-Amsterdam: „Alle waardering voor Leo Fijen en Anselm Grün, die belangrijke zaken signaleren. Evenementen, zoals ’The passion’ of Wereldjongerendagen zijn top. Kleine gemeenschappen zijn belangrijk voor een volgende stap: geloofsvorming en samen delen van geloof. Een kerksluiting is nooit leuk. Als de groep te klein en te oud is of het geld opraakt, moet het soms toch. Moeilijk vaak je dan ergens anders thuis te voelen. We moeten mensen daarbij helpen. Als de kerk er niet meer is, kan een geloofsavond of gebedsviering lokaal soms wel. Maar kerk-zijn is ook eucharistie, sacramenten, caritas/diaconie, catechese, inspiratie en gemeenschap voor jong en oud.”

Mocht u het hebben gemist, dan is het hieronder terug te lezen.

csm csm The Passion 2016 Michael Terlouw2 7148751adb aed936445cMaart dit jaar: vanuit de Amsterdamse Bijlmermeer vertelt ’The passion’ op tv het verhaal over het lijden, het sterven en de opstanding van Jezus.

De succesmonnik, noemen ze hem. Als schrijver van meer dan 300 boeken is de Duitse kloosterling Anselm Grün een begrip binnen en buiten de katholieke kerk. De brieven die Grün en KRO-programmamaker Leo Fijen elkaar schreven over de toekomst van de kerk, verschijnen nu in boekvorm. „Natuurlijk zal de kerk kleiner zijn dan vroeger, maar dat is geen reden om te wanhopen.” De remedie? Niet zeuren, maar aan de slag.

Leo Fijen

Leo Fijen ((1955) is historicus en journalist. Hij werkte als leraar in Haarlem en als sportverslaggever bij deze krant. Vanaf 1988 maakt hij tv-programma’s, onder meer over het kloosterleven. Nu is hij hoofd levensbeschouwing bij de KRO-NCRV. Daarnaast is hij hoofdredacteur van het magazine Klooster, gaat hij voor bij kerkdiensten en schrijft hij boeken over verdriet en rouwverwerking. Op zondagochtend is hij op tv te zien in ’Het geloofsgesprek’.

Hoor Leo Fijen praten over de kerk van zijn jeugd in Haarlem-Noord en je proeft nostalgie, gedrenkt in verdriet. In die kerk was hij misdienaar, hij vierde er tienerfeesten in de kelder, mocht op het altaar voor het eerst een woordje doen en hij trouwde er, met voetbalmaatjes als getuigen. Ook toen zijn zoon werd gedoopt, zat de hele familie daar om hem heen. „Die kerk was mijn tweede huis”, zegt hij. Maar het gebouw is verdwenen. Weggevaagd door de ontkerkelijking, opgeslokt door oprukkend beton van luxe appartementen.

Anselm Grün

Anselm Grün (1945) was negentien jaar toen hij intrad bij de benedictijnen van Münsterschwarzach. Hij was ruim dertig jaar cellarius (econoom) van deze abdij. De monnik is filosoof, theoloog en bedrijfskundige. Vanuit de achtergrond scheef hij meer dan driehonderd boeken over belangrijke levensvragen, spiritualiteit en leiderschap. Deze boeken verschenen in 35 talen. Bij lezingen en in zijn boeken geeft hij zijn toehoorders hoop en perspectief.

„Die trieste gang van zaken heeft veel katholieken uit mijn wijk toen pijn gedaan, omdat er niets voor in de plaats kwam. Er werd niet nagedacht over alternatieven om in de buurt bij elkaar te komen.” Ja, ze konden naar een andere kerk: twee kilometer verderop in de ’betere’ wijk. Maar de meesten maakten die overstap niet. „Twee kilometer verder was een wereld van verschil. In leefstijl, in sociale klasse en in kerkgang. Daarom gingen de meeste katholieken uit mijn buurt daarna nooit meer naar de kerk.”

Brieven

Fijen signaleert een situatie die voor veel kerkgangers herkenbaar zal zijn: het turbo-effect van de leegloop. Eerst zijn er de halflege kerkbanken op zondag als rechtvaardiging om de kerk te sluiten. Daarna volgt het wegblijven van overgebleven kerkgangers die zich in het geboden alternatief niet thuis voelen. Hoe dan verder?

Mijmerend over die vraag en over alternatieven noteerde hij zijn gedachten hierover in veertien brieven aan de Duitse kloosterling Anselm Grün. De benedictijner monnik geldt als een autoriteit op het gebied van bezieling en motivatie, terwijl hij als econoom ook oog heeft voor zakelijke aspecten.

In zijn brieven komt Fijen vooral met concrete voorbeelden van hoe het volgens hem wél zou moeten: „Een kerk die dicht moet, hoeft niet het einde te zijn, als er maar andere plekken in de buurt worden geboden om samen te bidden en te vieren. Een school, een sporthal of een buurtcentrum, bijvoorbeeld. En die kerk - hoe die er ook uitziet - doet er goed aan de deuren te openen en de buurt een toegevoegde waarde te bieden.” Juist op de scharniermomenten in het leven is dat belangrijk, schetst hij. Wat juist bij feesten en rouw is er grote behoefte om bij een gemeenschap te horen. „Persoonlijke relaties worden steeds belangrijker in een wereld die steeds minder persoonlijk wordt. Mensen hunkeren ernaar om bij naam en toenaam gekend te zijn en bij een gemeenschap te horen. De kerk ter plekke kan die gemeenschap zijn.”

Kleine kern

Hij noemt zijn eigen parochie in Maartensdijk als voorbeeld: een groep van 400 kerkgangers die juist als kleine kern tot leven kwam. „Misschien helpt het dat we niet verloren gaan in een groot kerkgebouw. We komen samen in een kerk die oogt als een schaapsstal en die plaats biedt aan 250 mensen. Als er honderd kerkgangers zijn, heb je al het gevoel dat het behoorlijk druk is. De ruimte moet een menselijke maat hebben: dat versterkt het besef dat je een gemeenschap bent.”

Wekelijks komen er gemiddeld honderd mensen naar de vieringen. Een kwart van de achterban, dus. Waarmee ze ver uitsteken boven het landelijk gemiddelde. Er zijn 110 vrijwilligers actief en ze doen projecten waarmee ze vooral verder kijken dan de kerk. „Anders dreigt het gevaar dat voor veel kerken dreigt: dat we samenkomen voor onszelf.”

Door als kerkgemeenschap steun te bieden aan de Voedselbank, vluchtelingen en een hospice, geven ze een brede en praktische invulling aan hun geloof. Dat ze hun pastoor moeten delen met bijna twintig andere parochies, nemen ze voor lief: leunend op een goed vrijwilligersteam gaan de kerkgangers om de beurt zelf voor bij hun samenkomsten. „Om elkaar vast te houden en te inspireren.”

Verwacht in de antwoorden die Grün achter zijn kloostermuren noteert, geen kant-en-klare oplossingen. De monnik biedt vooral ruimte om hardop te dromen en gelooft daarbij in nieuwe wegen, leunend op hoop. „Het heeft weinig zin erover te jammeren dat de kerk kleiner wordt. Het is zaak dat de christenen die met elkaar een gemeenschap vormen zelf actief worden. Ze moeten niet alles van de officiële kerk verwachten, want wat priesters en pastoraal werkers kunnen bieden, is niet meer voldoende om een levendige kerk overeind te houden.”

Kudde

Nee, de tijd dat ’meneer pastoor’ alles voor zijn kudde regelde, is voorbij, schetst Grün: „Omdat het betaalde kerkelijke team handen tekort komt, moeten de fantasie en inzet van vrijwilligers gestimuleerd worden, zodat ze samenkomsten, bidstonden en vieringen gaan organiseren, maar ook de dienst aan ouders, zieken en hulpbehoevenden. Als de gelovigen met elkaar voor een levendige gemeenschap zorgen en hun verbeelding gebruiken, heeft de kerk beslist invloed in de wereld.” Hij ziet het als een opdracht: „Om niet alleen in onze eigen comfortzone bezig te zijn, maar onze verantwoordelijkheid voor de wereld op te pakken.”

Zoek als kerk samenwerking met het Rode Kruis, de Voedselbank of plaatselijke evenementen, moedigt hij aan. „Als christenen goede ideeën hebben, krijgen ze vaak mensen aan boord die verantwoordelijke posities bekleden.” Betrek anderen daarom bij het gemeenschapsgevoel, is zijn tip. „Ze hebben voedsel voor het hart nodig.”

Over de kerkproeverij - een initiatief van alle Nederlandse kerken om kerkgangers in het weekeinde van 15 en 16 september vrienden, buren en bekenden een keer mee te nemen - is Grün enthousiast en hoopvol: „De praktijk wijst uit dat mensen zich laten uitnodigen en zich daarna ook vaker in de kerk laten zien.”

’Passion’

Fijen stipt in zijn brieven nog meer kansen aan om anderen bij kerk en geloof te betrekken. Zoals het tv- evenement ’The passion’ dat het lijdensverhaal van Jezus in de aanloop naar Pasen in een eigentijds muzikaal jasje steekt. Bij de lancering van het initiatief in 2010 wist hij als hoofd van de katholieke omroep RKK de Nederlandse bisschoppen zo ver te krijgen dat ze eraan mee betaalden. Het eerste jaar trok de uitzending één miljoen kijkers, dat aantal groeide tot vier miljoen. „Kerk en geloof hebben daarmee de kans om meer mensen aan te spreken dan die kleine aantallen van de zondagse viering.”

Maar wat blijft er hangen van het geloof als kijker na de uitzending de tv uitzet? „Daarover had ik ook mijn twijfels, maar je ziet dat je niet de enige bent die geraakt is door het verhaal. Je struikelt inmiddels over de regionale editie van het passieverhaal. Zonder de impact van ’The passion’ was dat nooit gebeurd.” Het laat zien dat de kerk moet inhaken op de nieuwe tijd van hype en evenementen, meent hij. „Kerken staan niet langer met de rug naar de samenleving en begrijpen dat deze tijd andere activiteiten vraagt: evenementen die kerk en leven samenbinden.”

In zijn antwoord toont de monnik zich ook enthousiast over ’The passion’: „We leven in een event-maatschappij, of we dat nu willen of niet. Als christenen moeten we de kans grijpen om zo nu en dan een event te organiseren rond de geheimen van het geloof.” Natuurlijk zullen we niet van de ene op de andere zondag veel meer kerkbezoekers mogen begroeten, noteert hij. „Maar als het lijdensverhaal van Jezus bij vier miljoen mensen iets losmaakt, is dat toch een uitwerking om blij mee te zijn. Er gebeurt iets in de harten van de mensen. Meer kun je van de verkondiging van de boodschap van Jezus toch niet verwachten.”

Kansen

Hij ziet ’The passion’ als voorbeeld voor nieuwe kansen: „We hebben creativiteit nodig om de boodschap in nieuwe verpakkingen uit te dragen. Dat betekent niet dat we oude vormen als de zondagsdienst moeten afschaffen. De alledaagse vormen doen de mensen ook goed. Maar als er op zondag minder mensen in de kerk zitten, moeten we geen ach en wee roepen. We moeten het eerder zien als een uitdaging om nieuwe uitingsvormen te zoeken voor ons geloof. Ja, dat is een aansporing van paus Franciscus. Dat we de voetafdrukken van God buiten de kerk gaan zoeken.”

Jammeren

Fijen is realistisch, maar positief: „Natuurlijk zal de kerk kleiner zijn dan vroeger, maar dat is geen reden om te wanhopen.” Grün spoort de gelovigen aan tot actie: „Het heeft weinig zin erover te jammeren dat de kerk kleiner wordt. Het is zaak dat de christenen die met elkaar een gemeenschap vormen zelf actief worden.”

Aan het werk dus.